Foto:
Column: Wethouder(s)

The Blunder Society

Ooit, in een lang verleden, en dit is geen sprookje, werkte ik als adviseur van de Raad van Bestuur van een groot ICT-concern. Allemaal scherpe stropdassen, pakken en glimmende schoenen. Ik ook.

Ik had als idee gelanceerd om de beste consultants te vragen naar hun grootste blunder, en wat ze ervan geleerd hadden, en die samen op te tekenen in een boekje, getiteld The Blunder Society. Het is er niet van gekomen. Het was té spannend om toe te geven dat er überhaupt fouten waren gemaakt.

Fouten toegeven is lastig

Ook in de politiek zie ik niet vaak dat fouten worden toegegeven. En in de politieke arena komt er nog zo iets als gezichtsverlies bij. Mogelijk gezichtsverlies, want het komt niet zo vaak voor, natuurlijk, dat fouten worden toegegeven. Politici, raadsleden, wethouders en burgemeesters worden wel op hun fouten aangesproken door burgers. Maar vaak kan een "fout" geframed worden als een "politieke keuze". Al kan je daar vraagtekens bij plaatsen, want de plaatsvervangende schaamte is alomtegenwoordig.
Of erger, er gaat duidelijk iets fout, zoals de rentedragende studielening, maar niemand geeft toe dat het enkele jaren geleden een verkeerde keuze was. In plaats van hun fout toe te geven roepen politici nu 'bij gebrek aan draagvlak gaan we het vanaf nu toch anders doen'. Daar trapt toch niemand in. Er is in de politiek ook nog het risico van weggestuurd worden. Sommigen zitten zelfs te wachten op anderen die fouten maken. Waar gehakt wordt vallen spaanders, dus fouten maken is onvermijdelijk.
Fouten toegeven is lastig. Wat maakt dat fouten toegeven in een publieke functie nog veel moeilijker is? Terwijl het toch een wezenlijk element van verantwoording afleggen is.
Het is niet dat ik u nu een fout moet opbiechten of zo. Ik probeer in de politiek een beter gesprek te krijgen met onze inwoners. Dat kan alleen als fouten maken mag.
En overigens, dat werkt twee kanten op.

wethouder Bob Duindam - Oudewater

Shopbox

Meer berichten